Spring naar inhoud

'We zetten niet voor elke boot direct de brug open'

Zomer is bruggentijd. Deze maanden hebben voetgangers, wandelaars en automobilisten in de hele stad Groningen weer te maken met bruggen die opengaan om schepen en bootjes door te laten. Brugwachter Stefan Duursma legt uit hoe hij en zijn collega’s ervoor zorgen dat het ‘landverkeer’ zo weinig mogelijk hinder ondervindt van het ‘waterverkeer’: de beroepsvaart en de plezierboten.

De brugwachters in de stad hebben op hun rooster binnendiensten en buitendiensten. ‘Binnen’ is in het havenkantoor aan de Oosterkade, een gebouw dat in de vorm doet denken aan een schip. Vanuit een smalle kamer op de bovenste verdieping kunnen de brugwachters 16 van de 72 bruggen in de stad bedienen, onder andere op het Noord-Wilemskanaal en het Reitdiep. Grote tv-schermen brengen de bruggen vanuit verschillende cameraposities in beeld.

Met een druk op de knop zet brugwachter Stefan Duursma het openen van de brug in werking. Hij is een van de bijna twintig brugwachters in de stad. Eerst gaan de waarschuwingslichten aan. “Als deze rode lichten knipperen, moet je als weggebruiker stoppen, net als bij een verkeerslicht”, legt Stefan Duursma uit. “Na tien tot twintig seconden gaan de slagbomen automatisch naar beneden. Eerst de bomen aan de rechterkant van de weg, zodat er geen nieuw verkeer de brug op kan rijden, daarna ook de bomen aan de linkerzijde, als al het verkeer weg is.” Intussen hebben de boten op het water een rood-groen licht gekregen. Dat betekent dat de brug open gaat. De schippers kunnen alvast naar de brug varen. Zijn de slagbomen helemaal dicht, dan drukt Stefan op de knop om de brug te openen. Zodra de brug helemaal open staat, krijgt het waterverkeer groen licht. Als alles door de brug is gevaren, gaat de brug weer dicht en daarna de slagbomen weer open.

Buiten

Ruim dertig bruggen in de stad worden ‘buiten‘ bediend, vanuit een brugwachtershuisje bijvoorbeeld. Hiertoe behoren alle bruggen over de Diepenring. Stefan en zijn collega’s fietsen hiervoor steeds met twee personen van brug naar brug. De eerste brugwachter opent de eerste, de tweede fietst door naar brug nummer twee. Is brug één dicht, dan gaat deze brugwachter door naar brug nummer drie, enzovoorts. Zo kunnen de schepen vlot doorvaren. “Als een schip eenmaal is stilgevallen, komt het moeizaam weer op gang. Als wij ons werk goed doen, hoeft de brug minder  lang open. Ook scheelt het de schepen brandstof als ze in één tempo kunnen doorvaren. Toch belangrijk in deze tijd.” Aan het eind van de route keren de brugwachters om en nemen ze de schepen die hier liggen te wachten, mee in tegengestelde richting. “Boten die zich te laat melden bij een brug, moeten wachten tot we daar weer zijn. We zetten niet voor elke boot direct de brug  open.” Door de week worden de meeste bruggen bediend van half tien tot half vier, in het weekend van negen tot twaalf en van één tot vier uur, en ’s avonds ook nog anderhalf uur. Dan is het continu fietsen, de brug bedienen en weer verder fietsen. “Als we buiten werken, leggen we op een dag zo dertig tot veertig kilometer af.”

Boten varen vanaf de Zuiderhaven onder de Museumbrug door de A op. Fotograaf: Siese Veenstra.

Beter zicht

Een belangrijk verschil tussen de automatische bediening en de handbediening is dat een brugwachter ‘buiten’ beter zicht heeft op het landverkeer. Ook heeft hij de mogelijkheid om de dalende slagbomen stil te zetten. “Bij de Van Ketwich Verschuurbrug bijvoorbeeld kwam het regelmatig voor dat de automatisch dalende slagboom op een auto terechtkwam. Automobilisten zien daar aan de andere kant van de brug het verkeerslicht op groen staan en rijden dan soms de waarschuwingslichten voorbij. Dit gebeurde zo vaak, soms wel meerdere keren per dag, dat deze brug nu weer handmatig wordt bediend.”

Relaxed

Stefan vindt brugwachter een schitterend beroep. “Al ben ik liever buiten dan binnen. In de stad voel ik me vrijer dan achter de schermen op de commandopost. Daar is ook meer stress, je moet op heel veel tegelijk letten. Je zit daar nooit de hele dag, dat houd je niet vol. Buiten zijn de mensen vaak superrelaxed, volgens mij meer dan twintig jaar geleden. En mijn werkplek is daar elke vijf minuten anders.”

Groningen Bereikbaar-krant

Dit artikel stond ook in de Groningen Bereikbaar-krant zomer 2022. Lees de hele krant hier